Actualiteiten

Spannend

zondag 10 februari 2019

Jochem Dijckmeester is vanaf 2016 bestuurslid van Pensioenfonds PGB. Hij is jonge pensioenfondsbestuurder van het jaar 2017. Als columnist gaat hij in op actuele onderwerpen, zoals de toekomst van het pensioenstelsel.​​​

Januari is voor mij als pensioenfondsbestuurder altijd een spannende maand. In deze maand maken wij namelijk de balans op over het jaar ervoor. Kort geleden publiceerden wij de uitkomsten hiervan, en hieruit blijkt dat 2018 toch wel zeer teleurstellend is afgelopen.

Na negen maanden met een stijgende lijn, is onze financiële situatie alsnog in het laatste kwartaal van 2018 verslechterd. Dat kwam door fors dalende aandelenrendementen en een lagere rente. Wij sluiten 2018 uiteindelijk af met een beleidsdekkingsgraad van 108,7%. Dit maakt dat wij ons bij Pensioenfonds PGB gelukkig geen grote zorgen hoeven te maken over mogelijke verlagingen. De kans op korten is bij ons klein doordat we de afgelopen jaren met ons rendement voldoende buffer hebben opgebouwd. Dat is geruststellend. Voor mij als bestuurslid, maar ook voor al onze deelnemers.

Maar tegelijkertijd maak ik me toch wel enige zorgen. De teleurstelling die ik hierboven beschrijf was er namelijk niet alleen bij Pensioenfonds PGB. In het nieuws was te lezen dat bij een aantal grote fondsen door de tegenvallende resultaten volgend jaar, of het jaar daarna, kortingen dreigen. Als die doorgaan, raakt dit heel veel mensen, en echt niet alleen gepensioneerden.

Dan worden ook de rechten van de deelnemers die nog pensioen aan het opbouwen zijn bij die fondsen verlaagd. En ondanks dat ik dus blij ben dat bij Pensioenfonds PGB de kans op korten zeer klein is, raakt het mij dat er bij andere pensioenfondsen mogelijk wel mensen worden geconfronteerd met het verlagen van hun pensioen. En dit raakt me al helemaal omdat ik van mening ben dat het verlagen van pensioen echt een laatste redmiddel is, en ik vraag mij af of dit hier, op dit moment, wel zo is. Waarom ik dit denk, leg ik hieronder graag uit.

Korten bij een dekkingsgraad boven de 100%?
Ik geef meteen toe dat het soms nodig kan zijn om de pensioenen te verlagen, om te korten. Als pensioenfondsbestuurder moet ik de belangen van alle deelnemers zorgvuldig wegen, en als de dekkingsgraad structureel (voor langere termijn) onder de 100% ligt, betekent dit dat ik bereid moet zijn om – in het nu – een pijnlijke maatregel te nemen om zo te voorkomen dat bijvoorbeeld jongere deelnemers later te maken krijgen met extra tekorten. Maar zoals ik al aangaf, ik ben wel van mening dat korten echt een laatste redmiddel is.

Onder de huidige regels kan het zo zijn dat een pensioenfonds moet korten ook al ligt de dekkingsgraad boven de 100%. De wet geeft namelijk aan dat als een pensioenfonds te lang een te lage buffer heeft er ook gekort moet worden. Bij een aantal pensioenfondsen – nogmaals: niet bij ons – kan het zo zijn dat er per eind van het jaar of volgend jaar bij een dekkingsgraad van bijvoorbeeld 102% toch gekort moet worden. Ik vind het niet uit te leggen dat pensioenen verlaagd worden als uit de dekkingsgraad blijkt dat er voldoende geld in kas is om aan de verplichtingen te voldoen.

Wettelijke rekenregels
Om de dekkingsgraad te berekenen moeten pensioenfondsen gebruik maken van een opgelegde rekenrente. En, als u de berichten over pensioen een beetje volgt, dan weet u vast dat er veel vraagtekens worden gezet bij de manier waarop pensioenfondsen van de overheid hun financiële gezondheid moeten bepalen, moeten korten en mogen indexeren.

Van onze deelnemers krijgen wij steeds vaker vragen hierover. Bijvoorbeeld: hoe kan het dat de pensioenen omlaag zouden moeten, terwijl er nog nooit zoveel geld in de pensioenpotten heeft gezeten? Of: waarom kunnen de pensioenen niet omhoog, er zitten miljarden euro’s in de pot? De boodschap die wij dan vertellen – ‘we moeten ons aan de wettelijke regels houden’ – stuit regelmatig op onbegrip. Iedereen snapt dat het belangrijk is jezelf niet rijk te rekenen. Maar veel gepensioneerde deelnemers en hun vertegenwoordigers zijn ervan overtuigd dat de overheid pensioenfondsen dwingt zichzelf arm te rekenen.

Wie gelijk heeft, valt moeilijk te zeggen. Want niemand weet wat de toekomst brengt. Er is niet één juiste rekenrente. De rekenrente moet evenwichtig worden vastgesteld en passend zijn bij de toezegging die een pensioenfonds doet. Een goed moment om nog eens kritisch te kijken naar de wijze waarop pensioenfondsen hun financiële gezondheid bepalen, is volgens mij bij de invoering van een nieuw pensioencontract. Als in het nieuwe contract toezeggingen minder hard zijn, kan ook nagedacht worden over een wat hogere rekenrente.

Snel duidelijkheid
Ik hoop daarom dat de gesprekken over een pensioenakkoord snel hervat worden. Zeker omdat veel Nederlanders mogelijk geconfronteerd worden met een verlaging van de pensioenen per eind van dit of volgend jaar. En bij veel van hen heeft het pensioenfonds wel voldoende geld in kas om aan de verplichtingen te voldoen. In dat geval is een verlaging extra pijnlijk. En naar mijn mening niet uit te leggen.

We vragen al meer dan tien jaar erg veel incasseringsvermogen van onze (gepensioneerde) deelnemers. Ondanks het feit dat korten voor Pensioenfonds PGB geen actueel vraagstuk is (wij hoeven de komende vijf jaar alleen rekening te houden met een verlaging als zich een zeer grote daling van ons vermogen voordoet) wil ik hier als PGB-bestuurder toch dit signaal afgeven.