Actualiteiten

Geen vertrouwen!

dinsdag 09 juli 2019

Het nieuwe instrument van de VVG om de mening te vragen van onze leden – deze eerste keer over het pensioenakkoord – heeft een behoorlijk aantal deelnemers getrokken.

Als voorzitter van de VVG verbaast mij deze uitslag niet. Net als Pensioenfonds PGB en onze koepelorganisaties KNVG en NVOG zie ik overigens ook positieve kanten aan het akkoord. Tegelijkertijd begrijp ik voor de volle honderd procent het ongenoegen van veel mensen. In deze bijdrage zal ik antwoord geven op een aantal vragen en opmerkingen die we van onze leden hebben ontvangen.

Dekkingsgraad
De stelling ‘Prima, er is nu duidelijkheid!’ is natuurlijk niet waar. Er zijn slechts een paar dingen duidelijk: De leeftijd waarop men AOW ontvangt is voorlopig bevroren op 66 jaar en vier maanden. In de toekomst zal de pensioenleeftijd niet een-op-een meestijgen met de gemiddelde leeftijdsverwachting. Voor elk levensjaar erbij, begint de AOW in de toekomst acht maanden later. Tenslotte gaat de dekkingsgraad waar beneden gekort moet worden, omlaag van ruim 104% naar 100%. Enkele grote pensioenfondsen, met miljoenen deelnemers, ontsnappen zo aan korting of de korting wordt lager. PGB zat – gelukkig – al niet in de gevarenzone. Deze onderwerpen worden zo snel mogelijk afgekaart in Tweede en Eerste Kamer zodat deze per 1 januari 2020 geëffectueerd kunnen worden.

Voor alle andere zaken – wanneer indexeren, maken van nieuwe contracten, afschaffen van de doorsneepremie – geldt dat er nog geen duidelijkheid is. Er zijn uitgangspunten afgesproken, maar die gelden pas als er definitieve afspraken zijn die ook nog eens door het parlement zijn goedgekeurd.

Indexatie
De vakbonden en oppositiepartijen PvdA en GroenLinks die zich achter de plannen hebben geschaard, kunnen bij de verdere uitwerking dwars gaan liggen als belangrijke onderwerpen niet gerealiseerd kunnen worden. Indexatie is zo’n heikel onderwerp. Afgesproken is dat dit er nu van moet komen. Als dat niet gaat lukken vanwege bijvoorbeeld de lage rekenrente, moet daar opnieuw naar gekeken worden zeggen de vakbonden. Als daar dan geen oplossing voor komt, ziet het er ook somber uit voor de nieuwe pensioencontracten die het kabinet per se wil. Dit heeft onder meer te maken met het afschaffen van de doorsneepremie. Hierdoor krijgt een jongere deelnemer voor zijn inleg een hogere uitkering toegezegd omdat zijn inleg langer rendeert dan die van 40/45-plussers. De oudere werknemer krijgt dan minder toezegging voor zijn inleg en dat is een nadeel dat gecompenseerd moet worden. Volgens berekeningen zouden die compensatie in totaal wel 60 miljard euro (!) of meer kunnen kosten. Veel reacties gaan hier op in. “Zie je wel, die 60 miljard wordt uit de pensioenreserves gehaald en daarmee is de indexatie verder weg dan ooit”, luidt de kritiek.

Lusten en lasten
Nu zijn er ook bij dit onderwerp diverse knoppen waaraan gedraaid kan worden. De pensioenpremie voor werkenden kan tijdelijk omhoog, de overheid kan voor fiscale compensatie zorgen en, ja, veel pensioenfondsen hebben royale reserves, zeker als de dekkingsgraad anders berekend kan worden. Bovendien hoeft deze verandering niet in één jaar geëffectueerd te worden. Daar gaat misschien wel tien jaar overheen. De bedoeling is dat de lusten (eerder indexeren) en de lasten (compensatie voor het afschaffen van de doorsneepremie) gelijk worden verdeeld over alle groepen binnen het pensioenfonds. De pensioenfondsen zijn nu wettelijk al verplicht om het op deze manier te doen (‘Evenwichtige belangenafweging’); Raad van Toezicht en het Verantwoordingsorgaan zullen er zeker op toezien dat dat ook zo gebeurt. Maar dat er nu geen duidelijkheid over is, blijft helaas een feit.
Probleem met dit akkoord is dus dat AOW-wijzigingen en niet (of minder kans op) korten nú al duidelijk zijn. Andere zaken zoals indexeren en de gevolgen van andere onderdelen uit het akkoord gaan nog veel tijd kosten. Vooral voor gepensioneerden is dat frustrerend omdat die, terecht, vinden dat indexatie geen uitstel kan velen. Lonen gaan omhoog, maar pensioenen niet. Probleem is dat als er nu geen akkoord gesloten zou zijn al die zaken ook niet sneller binnen bereik zouden komen.

Vragen en antwoorden
Hieronder nog enkele vragen en opmerkingen en mijn kanttekeningen daarbij.

Vraag: Belachelijk dat de rekenrente hier zo laag is. Kijk naar andere landen in Europa.
Antwoord: Terechte opmerking. De uitkomsten van de commissie Dijsselbloem over de rekenrente helpen niet; erger nog, die kosten ruim 2 procent dekkingsgraad. We moeten hopen dat vakbonden en de constructieve oppositie (PvdA en GroenLinks) de politiek de andere kant op weten te bewegen. Eventuele acties moeten zich hierop richten.

Vraag: Als koepelorganisaties KNVG en NVOG gaan fuseren (wat het plan is per 1 januari 2020) gaan de kosten van de organisatie waarschijnlijk ook omhoog.
Antwoord: Dat is niet de bedoeling. Door de fusie wordt de slagkracht groter, de aangesloten lidverenigingen (zoals onze VVG) hoeven niet meer aan hen af te dragen. De Koepels proberen verder in het verdere traject van het pensioenakkoord juist aan tafel te komen bij de partijen.

Vraag: Ik vind het pensioenakkoord teleurstellend. De VVG heeft ook geen rol meer te spelen.
Antwoord: Elk pensioenfonds moet komende jaren de afspraken uit het pensioenakkoord (die voor een deel nog concreet ingevuld moeten worden) vertalen voor de eigen situatie. De Raad van Toezicht en het Verantwoordingsorgaan zullen er op toezien dat lusten en lasten evenredig worden verdeeld over alle groeperingen van het Pensioenfonds. De VVG heeft met drie vertegenwoordigers in het Verantwoordingsorgaan en twee bestuurders in het bestuur een flinke vinger in de pap. Wij hebben komende jaren dus zeker een belangrijke rol te vervullen. Daarnaast hebben wij een belangrijke taak om onze leden te informeren via (digitale) nieuwsbrieven, het verenigingsblad ExPress en andere bijeenkomsten.

Vraag: Ik heb 50 jaar gewerkt. Het zal mijn (doodskisten)tijd wel duren.
Antwoord: Er waren meer van dit soort vragen en opmerkingen. Veel vragenstellers zouden het redelijk vinden als na 50, of 45 jaar, werken er recht zou ontstaan op pensioen. Deze reactie is begrijpelijk. Zeker omdat er ook mensen zijn – al dan niet met zwaar beroep – die niet eens van hun pensioen kunnen genieten omdat ze op jonge leeftijd overlijden. Om die reden wordt de verhoging van de AOW-leeftijd even bevroren en daarna langzamer verhoogd. Ook komen er regelingen voor mensen met een zwaar beroep om een paar jaar eerder met pensioen te gaan. Het is nog steeds geen vetpot, maar het wordt wel (iets) beter. Verder blijft het belangrijk dat mensen op tijd (dus ruimschoots voor het bereiken van de AOW-leeftijd) bekijken hoe ze er tegen die tijd voorstaan. Dan is er meer tijd om maatregelen te treffen om zich voor te bereiden op de toekomst.

Vraag: Ouderen hebben helemaal geen stem gehad in dit pensioenakkoord.
Antwoord: De Koepelorganisaties KNVG en NVOG zijn niet bij dit akkoord betrokken. De vakbeweging krijgt overigens juist het verwijt dat ze vooral opkomen voor de belangen van ouderen omdat het ledenbestand vergrijsd is. Er is in ieder geval aandacht voor de senioren, maar het heeft zich nog niet vertaald in concrete stappen. De koepelorganisaties proberen bij de verdere uitwerking aan tafel te komen.

Jos van Rijsingen, voorzitter VVG Pensioenfonds PGB