Actualiteiten

Pensioenakkoord brengt indexatie niet dichterbij

woensdag 05 juni 2019

Het pensioenakkoord waarover in Den Haag en elders juichende kreten te horen zijn, brengt indexatie van de lopende pensioenen voorlopig nog niet dichterbij. In een nieuw stelsel moeten pensioenen persoonlijker en minder zeker worden. Dat moet er toe leiden dat de pensioenen eerder omhoog gaan als het goed gaat maar ook eerder worden gekort in slechtere tijden. De afspraken in het akkoord moeten nu echter eerst nog verder worden uitgewerkt waar geruime tijd mee heen kan gaan. In de visie van de regering moet het nieuwe stelsel begin 2022 ingaan.

In het akkoord staan geen afspraken over de rekenrente. Wel zijn maatregelen genomen om de bij enkele van de grootste pensioenfondsen dreigende korting af te wenden. Minister Koolmees van SZW heeft daartoe de minimale dekkingsgraad tijdelijk verlaagd naar 100%. Concreet krijgen de fondsen meer tijd om aan de financiële vereisten te voldoen. ‘’Ik vind het verstandig om rust te brengen in het stelsel en fondsen en deelnemers gedurende de overgang naar het nieuwe stelsel niet te confronteren met kortingen bij een dekkingsgraad boven de 100%,’’ schrijft de bewindsman aan de Tweede Kamer. In het voorgestelde nieuwe pensioencontract zal het ‘kantelpunt’ ook bij 100% liggen: ‘’Daarboven wordt sneller uitgedeeld en daaronder sneller verlies verrekend,’’ schrijft de minister.

Om tot een akkoord te komen, heeft Koolmees gesleuteld aan de AOW-leeftijd. Die wordt voor twee jaar bevroren op 66 jaar en vier maanden en stijgt pas in 2024 naar 67 jaar, dat is drie jaar later dan de eerdere planning. Vanaf dat jaar zal de AOW-leeftijd verder stijgen maar niet meer met één jaar per jaar hogere levensverwachting. Ook komen er mogelijkheden om mensen met een zwaar beroep eerder met pensioen te laten gaan.

Het pensioenstelsel zelf gaat op de schop, zoals al jaren in de pen zit. Daardoor moet het stelsel beter aansluiten op de veranderende arbeidsmarkt. Het pensioen wordt persoonlijker en transparanter doordat de opbouw meer gaat aansluiten bij de premie die mensen inleggen. De belangrijkste maatregel is het afschaffen van de doorsneepremie: iedereen betaalt dezelfde premie voor dezelfde opbouw. Die ingrijpende overgang kan oudere werknemers echter een flink gat in hun pensioenopbouw kosten. In totaal gaat het daarbij om naar schatting zeker 60 miljard euro. De regering vindt dat werkgevers en werknemers daar samen een oplossing voor moeten vinden. Opties om dat te bekostigen zijn een hogere pensioenpremie of fiscale compensatie maar ook is gesuggereerd de pensioenfondsen te laten betalen uit de reserves.

Van belang zal zijn dat de lasten/lusten tussen diverse groepen, zoals actieven en gepensioneerden, evenwichtig worden verdeeld, benadrukt voorzitter Jos van Rijsingen van de VVG-PGB: ‘’Het kan niet zo zijn dat alleen gepensioneerden achter het net vissen. Voordat deze doorsneepremie, fasegewijs, wordt afgeschaft zou er ook al ruimte moeten zijn om te beginnen met indexatie. In het Verantwoordingsorgaan van PGB zullen wij er scherp op letten dat het bestuur zich houdt aan de wettelijke verplichting om een evenwichtige belangenafweging te maken.’’

Rekenrente wacht nog op Dijsselbloem

De voor indexeren – of korten – zo belangrijke rekenrente ofwel UFR komt in het ontwerp-pensioenakkoord nog niet aan bod. Hier is het wachten nog steeds op een advies van een commissie onder leiding van oud-minister Dijsselbloem. Dat zou eerst in mei uitkomen maar wordt nu elke dag verwacht. Deze commissie heeft tot taak te adviseren over de parameters voor het financieel toetsingskader en de waardering van pensioenverplichtingen met een lange termijn (de UFR). De commissie is verzocht daarbij rekening te houden met aansluiting bij de financiële markten, transparantie, repliceerbaarheid, aansluiting bij de wetenschappelijke literatuur, beperking van verstoring van financiële markten, stabiliteit en uitlegbaarheid en de internationale context van de UFR, aldus minister Koolmees in zijn Kamerbrief. Van Rijsingen verwacht overigens geen grote wijzigingen maar stelt wel: ‘’Zelfs een geringe aanpassing van de rekenrente zou groot effect kunnen hebben op de dekkingsgraad.’’