Actualiteiten

Steeds meer vrouwen met aanvullend pensioen

dinsdag 09 juli 2019

Van de vrouwen in de AOW had in 2017 65 procent een aanvullend pensioen. In 2001 bedroeg dat percentage nog 52 procent. Wel is er nog steeds een groot verschil met de mannelijke AOW’ers van wie 92 procent in 2017 een aanvullend pensioen ontving. Bovendien bedraagt het aanvullend pensioen van vrouwen minder dan de helft van dat van mannen.

Dat blijkt uit cijfers in de CBS-publicatie Welvaart in Nederland 2019. Bij vrouwen met een partner is het aandeel met aanvullend pensioen meer dan verdubbeld, van 21 procent in 2001 naar 48 procent in 2017. Bij vrouwen zonder partner was de toename minder groot, van bijna 77 procent naar 84 procent. Vrouwen zonder partner hebben ruim anderhalf keer zo vaak een aanvullend pensioen als vrouwen met een partner. Bij alleenstaande vrouwen gaat het dikwijls niet alleen om het pensioen dat zij in hun actieve loopbaan zelf hebben opgebouwd, maar ook om nabestaandenpensioen.

De stijging van het aantal vrouwen met een aanvullend pensioen komt doordat vrouwen uit jongere generaties vaker een baan hebben gehad, aldus het CBS. Van de 75- tot 80-jarige vrouwen met partner had 38 procent in 2017 een aanvullend pensioen, van de tien jaar jongere generatie was dat bijna 60 procent. Maar wat vrouwen aan aanvullend pensioen ontvangen is nog altijd veel lager dan bij de mannen. In 2017 hadden ze met 5.400 euro bruto per jaar aanvullend pensioen, 43 procent van het doorsneebedrag van mannen. Het verschil was het grootst onder AOW’ers met een partner, al is deze kloof de afgelopen jaren wel kleiner geworden. Vrouwen die tegenwoordig de AOW instromen zijn niet alleen vaker werkzaam geweest. Ook hadden ze een gemiddeld langere werkweek dan eerdere generaties, waardoor ze meer pensioen hebben opgebouwd.