Wtp vragen en antwoorden over het nieuwe pensioen
Hierbij een aantal veel gehoorde vragen over het nieuwe pensioen met daarbij ook antwoorden. Deze vragen zijn deels eerder al opgenomen in een Express of Nieuwsbrief of op de ALV aan de orde geweest. Mocht u zelf nog andere vragen hebben, dan kunt u die via Stel uw vraag aan ons stellen. We zullen die dan beantwoorden en op de website zetten.
Nieuwe vragen worden bovenaan toegevoegd. De antwoorden zullen worden aangepast als er door nieuwe of aanvullende besluiten en/of wetgeving meer of andere informatie beschikbaar is. Als een vraag wordt aangepast wordt die ook bovenaan als nieuwe vraag geplaatst. Het is daarom zinvol om af en toe weer even naar de ‘vragen en antwoorden’ te kijken.
Ook PGB geeft informatie op hun website over ‘Het Nieuwe Pensioen’. Daar vindt u algemene informatie en een aantal veel gestelde vragen. Kijk daar ook eens: https://www.pensioenfondspgb.nl/deelnemers/pensioen-bij-pensioenfonds-pgb/het-nieuwe-pensioen/
Met vragen die betrekking hebben op uw eigen pensioen kunt u ook terecht bij PGB. Hoe PGB te bereiken is, is op hun website te vinden: https://www.pensioenfondspgb.nl/deelnemers/service-contact-deelnemers/
Aangepast: 8 juni 2026
De inhoud van deze pagina is met de meeste zorg samengesteld. Toch is het mogelijk dat er fouten zijn ontstaan of door aanvullende wetgeving en/of besluitvorming wijzigingen optreden. Er kunnen dan ook geen rechten aan deze vragen en antwoorden worden ontleend
Wat het precies betekent voor mensen die al met pensioen zijn, hangt af van de keuzes die de sociale partners (werkgevers/werknemers) die de pensioenregeling die voor u geldt (destijds) hebben afgesproken, nu hebben gemaakt.
Binnen PGB zijn de volgende keuzes te vinden:
- Geldt voor u een verplichte sector bedrijfstakpensioenregeling dan gaat voor u de solidaire premieregeling (SPR) gelden.
- Geldt voor u een pensioenregeling die alleen voor het bedrijf (of groep vn bedrijven) geldt (gold) waar u werkzaam was, dan is het de vraag of er nog een werkgever (of eventueel een rechtsopvolger) is om keuzes te maken.
- Zo nee: dan wijzigt uw pensioenregeling niet en blijven de huidige regels gelden
- Zo ja: dan heeft die met de werknemersvertegenwoordiging gekozen voor:
- welke regeling gaat gelden: de solidaire premieregeling (SPR) of de flexibele premieregeling (FPR) én
- of de oude opgebouwde rechten (en dus de ook de ingegane pensioenen) wel of niet overgaan naar de nieuwe regeling (‘invaren’)
Nadat de nieuwe wet is ingevoerd zullen bij PGB dus voor gepensioneerden drie verschillende regelingen kunnen gelden:
• De solidaire premieregeling (de nieuwe regels gelden)
• De flexibele premieregeling (de nieuwe regels gelden)
• De huidige regeling (de oude regels blijven gelden)
Wat voor u geldt is te vinden op de website van PGB:
https://www.pensioenfondspgb.nl/deelnemers/pensioen-bij-pensioenfonds-pgb/het-nieuwe-pensioen/wat-betekent-het-nieuwe-pensioen-voor-jou/
PGB zal u deze zomer ook persoonlijk informeren over wat er voor u gaat gelden.
Een aantal zaken zal in ieder geval niet wijzigen:
• De AOW-uitkering (met systematiek van halfjaarlijkse verhogingen) blijft ongewijzigd
• Iedereen blijft gedurende het hele leven een pensioenuitkering ontvangen
• De afspraken die op het moment dat u met pensioen ging gemaakt zijn over de hoogte van een nabestaandenpensioenuitkering blijven ongewijzigd
PGB laat u deze zomer weten welke regeling voor u gaat gelden: de nieuwe SPR of de nieuwe FPR of dat er misschien voor u geen nieuwe regeling gaat gelden, maar dat de huidige regeling en regels van kracht blijven. Naar verwachting zullen we dan per 1 januari 2027 overgaan naar de nieuwe regelingen (invaren).
Hoe de hoogte van de uitkering na invaren zich verhoudt tot de hoogte daarvoor, hangt af van de dekkingsgraad op het moment van invaren. PGB zal in het najaar hierover meer informatie sturen. U krijgt dan een voorlopige berekening. Daarop ziet u een inschatting van uw nieuwe pensioen. En u krijgt een beter inzicht van hoe het nieuwe pensioen kan meebewegen met de economie.
De definitieve berekening krijg u in het voorjaar van 2027. Daarin staan de bedragen die voor u gaan gelden. Vanaf dat moment (naar verwachting mei 2027) worden die bedragen ook maandelijks uitgekeerd en zal er een nabetaling plaatsvinden over de eerste maanden van het jaar 2027.
Een escape (niet mee overgaan naar de nieuwe regeling) is er niet als de sociale partners hebben besloten om in te varen. De wet staat die escape niet toe.
PGB verwacht op 1 januari 2027 de nieuwe regelingen te kunnen invoeren. Hoe de hoogte van de pensioenuitkering hierna zal zijn, hangt af van de dekkingsgraad op het moment van overgaan. PGB zal dit najaar hierover meer informatie sturen. U krijgt dan een voorlopige berekening. Daarop ziet u een inschatting van uw nieuwe pensioen. En u krijgt een beter inzicht van hoe het nieuwe pensioen kan meebewegen met de economie.
De definitieve berekening krijg u in het voorjaar van 2027. Daarin staan de bedragen die voor u gaan gelden. Vanaf dat moment (naar verwachting mei 2027) worden die bedragen ook maandelijks uitgekeerd en zal er een nabetaling plaatsvinden over de eerste maanden van het jaar 2027.
PGB kent geen inhaalindexatie. Of er wat extra te verdelen is, hangt af van de hoogte van de dekkingsgraad bij de overgang naar het nieuwe systeem. Als die hoog genoeg is en er na het vullen van de persoonlijke ‘potjes’ met 100%, de verplichte wettelijke reserves van en de solidariteitsreserve binnen de solidaire premieregeling nog wat overblijft, dan wordt dat gebruikt om álle potjes op evenwichtige wijze te verhogen en dus alle aanspraken en pensioenen te verhogen. Dat is dan in feite een eenmalig uitdelen van de buffer die niet langer voor de toekomst verplicht is.
De toeslagverlening (indexatie) gaat tot het moment waarop de nieuwe regeling wordt ingevoerd, naar verwachting 1 januari 2027, op de oude – in 2022 en 2023 aangepaste – voet verder.
PGB mag gedurende die tijd geen gebruik maken van het zogenoemde transitie-FTK (de aangepaste wettelijke spelregels) omdat inmiddels duidelijk is dat niet iedereen zal invaren in de nieuwe regeling. PGB legt op haar website jaarlijks uit hoe het toeslagbesluit tot stand komt.
Voordat de berekening wordt gemaakt van de hoogte van het pensioen na invaren, wordt het huidige pensioen eerst verhoogd met de toeslag 2026. Hoe hoog die zal zijn wordt – zoals gebruikelijk – eind dit jaar door PGB bekend gemaakt.
PGB laat u deze zomer weten welke regeling voor u gaat gelden: de nieuwe SPR of de nieuwe FPR of dat er misschien voor u geen nieuwe regeling gaat gelden, maar dat de huidige regeling en regels van kracht blijven. Naar verwachting zullen we dan per 1 januari 2027 overgaan naar de nieuwe regelingen (invaren).
Op dit moment kunt u het ook zelf vinden op de website van PGB: https://www.pensioenfondspgb.nl/deelnemers/pensioen-bij-pensioenfonds-pgb/het-nieuwe-pensioen/wat-betekent-het-nieuwe-pensioen-voor-jou/
Bij de solidaire premieregeling wordt voor de groep gepensioneerden als geheel een zogenoemd risicoprofiel bepaald. Dat geldt ook voor de flexibele premieregeling, omdat PGB voornemens is om ook in die regeling een collectieve uitkeringsfase in te richten.
In het risicoprofiel staat hoeveel risico er bij het beleggen voor verschillende deelnemers en dus ook voor de gepensioneerden genomen zal worden. Daarbij wordt uitgegaan van de risicobereidheid en de risicodraagkracht van de deelnemers.
Dat risicoprofiel wordt periodiek herijkt. Daarvoor wordt onderzoek gedaan onder alle deelnemers en dus ook onder gepensioneerden (een zogenoemd RPO). Het laatste onderzoek heeft in 2023 plaatsgevonden. Vanuit de wet moet dat in ieder geval iedere vijf jaar gebeuren. Binnen PGB is afgesproken dit onderzoek snel na het overgaan naar de nieuwe regels (dus in 2027) opnieuw uit te voeren.
De VVG zal na de implementatie van de Wtp de belangen van gepensioneerden bij Pensioenfonds PGB uiteraard blijven behartigen. Dat zal zij doen voor diegenen die overgaan naar een van de nieuwe regelingen maar zeker ook voor degenen voor wie de huidige regeling blijft gelden (die ‘niet invaren’).
De VVG zal zich daarnaast samen met de Koepel Gepensioneerden blijven richten op de koopkrachtontwikkelingen van gepensioneerden in bredere zin, dus ook de belangen in dat kader in Den Haag (denk aan de AOW, belastingmaatregelen en kosten zorg). Bovendien zullen wij via de Koepel Gepensioneerden ons in Den Haag richten op de belangen van senioren rondom de landelijke aspecten van de thema’s Wonen, Zorg en Welzijn.
Wat niet veranderd:
• De VVG draagt een kandidaat voor, voor een zetel in het bestuur van PGB
• De VVG benoemt drie leden in het verantwoordingsorgaan van PGB en
• Het bestuur van VVG heeft rechtstreekse contacten met het bestuur van PGB.
• Wij zijn lid van de Koepel Gepensioneerden voor het behartigen van onze belangen in Den Haag
Het VVG-bestuur wordt rondom het overgaan naar de nieuwe pensioenregelingen ondersteund door de werkgroep Pensioenen & Hoorrecht die bestaat uit oud pensioenfonds-bestuursleden. Zie hiervoor “Werkgroep”. Zij hebben namens VVG het hoorrecht uitgeoefend en zullen ook voorlopig met PGB in gesprek blijven over de implementatie van de nieuwe wet bij PGB.
Deze vraag is niet eenduidig te beantwoorden. Er zijn verschillen voor actieve deelnemers en voor gepensioneerden en het hangt erg af van wat je als gepensioneerde zelf belangrijk vindt. Wil je zoveel mogelijke zekerheid over de hoogte en stabiliteit van je pensioenuitkering of wil je de kans dat je meer pensioen gaat ontvangen zo groot mogelijk maken. Duidelijk is dat je niet zelf een individuele keuze voor de regeling kunt maken; dat doen sociale partners voor iedereen, zowel voor de actieve deelnemers (werknemers), als de slapers en de huidige gepensioneerden voor wie de pensioenregeling in die bedrijfstak of onderneming geldt.
In de solidaire premieregeling zijn maatregelen opgenomen die de kans op daling van het ingegane pensioen matigen, maar omgekeerd dus ook de stijging kunnen beperken. Het blijft een zogenoemde variabele uitkering, maar met minder hoge pieken en zeker minder diepe dalen.
In de flexibele premieregeling is het mogelijk om als je met pensioen gaat te kiezen voor een nagenoeg vaste uitkering. In de variabele uitkering zullen de pieken wat hoger zijn, maar ook de dalen kunnen groter worden. Ook voor de huidige gepensioneerden zal het bij deze regeling eenmalig mogelijk zijn om zelf de keuze voor ‘vast’ of ‘variabel’ te maken als de nieuwe wet wordt ingevoerd (bij PGB vooralsnog 1 januari 2027) en de sociale partners kiezen voor de flexibele regeling.
Omdat we als VVG denken dat de meeste gepensioneerden toch graag iets meer kans willen hebben op een hoger pensioen, terwijl de kans op daling van het pensioen zo minimaal mogelijk is, wordt in de Position Paper een voorkeur uitgesproken voor de solidaire regeling voor gepensioneerden. Zoals het er nu uitziet zullen veruit de meeste gepensioneerden terecht komen in de solidaire regeling.
We realiseren ons echter dat er sociale partners zullen zijn die vanuit de optiek van de actieve deelnemers en/of pensioen als arbeidsvoorwaarde in de arbeidsmarkt, toch een voorkeur hebben voor de flexibele regeling. Daarom staat in onze Position Paper dat in dat geval berekeningen moeten uitwijzen dat dit – ook op termijn – naar verwachting voor gepensioneerden niet nadeliger is. Ook in de flexibele regeling zullen er overigens afspraken kunnen worden gemaakt die de daling van een pensioen iets kunnen matigen en derhalve de stijging ook (spreiden over enkele jaren).
PGB heeft ervoor gekozen dit in principe niet te doen. Daarvoor is de achterban te divers. Het is technisch niet uitvoerbaar om dit te doen én gelijktijdig een evenwichtige overgang te realiseren. De VVG heeft er ook op aangedrongen de compensatie voor het afschaffen van de doorsneepremie niet vanuit de dekkingsgraad (en dus het geld van het pensioenfonds) te betalen. PGB heeft de vraag hoe een mogelijk noodzakelijke compensatie betaald gaat worden, teruggelegd bij de sociale partners. Dat kan via een tijdelijke verhoging van de pensioenpremie of op een andere wijze in het arbeidsvoorwaardenoverleg afgesproken worden.
Wel heeft PGB besloten om bij de overgang van het oude naar de nieuwe regeling (invaren) – als de dekkingsgraad dit toelaat – een beperkt deel van het vermogen uit het fonds te gebruiken om de leeftijdsgroepen vanaf 40 tot 68 jaar iets extra pensioenvermogen te geven. Hierdoor wordt de pensioenverwachting van deze groep werknemers (actieven) én ex-werknemers (slapers) iets hoger. Dit gebeurt omdat zij op basis van de berekeningen er naar verwachting het minst op vooruit en soms zelfs op achteruit zouden gaan. Dat wordt hiermee (deels) gecorrigeerd. Dit leidt niet tot grote nadelen voor gepensioneerden. Bovendien kan het nodig blijken om bij de verdeling van het vermogen bij de overgang naar het nieuwe stelsel aan bepaalde groepen een klein beetje vermogen extra te geven om de overgang ‘evenwichtig’ te laten zijn.
De Koepel gepensioneerden is tot op het laatste moment bezig geweest met invloed uit te oefenen in Den Haag als het gaat om de behandeling van de Wet toekomst pensioenen. Zowel in de Eerste als in de Tweede Kamer. Dit heeft geleid tot een aantal verbeteringen in de wet. De Koepel heeft vervolgens de leden (en dus ook VVG-PGB) geholpen bij de het uitoefenen van het hoorrecht. Bovendien houdt De Koepel via haar leden de vinger aan de pols kijkt hoe het gaat met de implementatie van de wet.
Zo nodig vraagt De Koepel in Den Haag, bij de politiek, op het ministerie en/of bij de toezichthouders (DNB en AFM), aandacht voor zaken die niet goed gaan en mogelijke knelpunten die de nieuwe wet met zich meebrengt. In dat kader vraagt zij onder meer :
• het beter mogelijk te maken om de koopkracht bij te houden onder de nieuwe wet en
• te kijken op welke wijze gepensioneerden meer zeggenschap kunnen krijgen binnen pensioenfondsen.
Verder richt de Koepel zich op het behartigen van de belangen in Den Haag op het gebied van koopkrachtbehoud, wonen, zorg en welzijn voor gepensioneerden.
Via De Koepel hebben wij als VVG-PGB een veel directere ingang in Den Haag dan zonder hen. Bovendien is het via De Koepel mogelijk met andere gepensioneerden verenigingen ervaringen uit te wisselen en zo van elkaar te leren.
De grootste groep gepensioneerden bij PGB hoeft geen nieuwe individuele keuzes te maken; niet bij het ingaan van de nieuwe regeling en niet daarna. Dit geldt voor diegenen die naar de SPR gaan of achterblijven in de huidige regeling. Alleen voor diegenen van wie de regeling wijzigt in een FPR wordt bij het overgaan naar de nieuwe regeling gevraagd of zij kiezen voor een stabiele pensioenuitkering (zo goed als vast) of voor een variabele pensioenuitkering. PGB zal diegenen die hier mee te maken krijgen op tijd informatie geven en helpen bij het maken van deze keuze.
Voor die opgebouwde rechten en derhalve de daaruit voortkomende (ingegane) pensioenen, blijven de oude regeling en derhalve de oude nFTK-regels gelden. Iets anders is op dit moment vanuit de wet niet mogelijk. Als de werkgever deelnam aan een verplichte bedrijfstak pensioenregeling (zoals de grafimedia pensioenregeling), dan gelden de afspraken van die verplichte regeling.
PGB heeft maatregelen genomen om zoveel te voorkomen dat de pensioenuitkering omlaag gaat. Welke maatregelen dat zijn hangt af van de regeling die gaat gelden, de SPR of FPR.
Solidaire Premieregeling
Binnen PGB is ervoor gekozen om de buffer, de zogenoemde solidariteitsreserve, met name in te zetten voor stabilisering van de pensioenuitkeringen. Bovendien zal het aandelen risico iets gematigd worden, het renterisico (deels) afgedekt en zullen stijgingen en dalingen van het resultaat niet in één jaar worden verwerkt, maar in drie jaar. Door deze maatregelen is de kans op kortingen op uitkeringen door tegenvallende beleggingsresultaten een stuk kleiner of wordt de korting gedempt. Daar tegenover staat dat ook de stijgingen iets minder groot zullen zijn.
Flexibele Premieregeling.
Voor gepensioneerden wordt binnen de flexibele premieregeling een apart risicoprofiel gemaakt. Bescherming van de pensioenuitkering gebeurt door het aandelenrisico te verminderen en het renterisico (deels) af te dekken. Dat zal niet veel anders zijn dan bij de solidaire premieregeling. Stijgingen en dalingen zullen in vijf jaar worden verwerkt om het risico op sterke dalingen te verkleinen. Dit heeft overigens ook tot gevolg dat sterke stijgingen iets afvlakken.
Als de dekkingsgraad bij invaren voldoende is om bij de solidaire premieregeling de solidariteitsbuffer te vullen, dan zal bij de flexibele premieregeling een vergelijkbaar percentage aan het eigen ‘potje’ worden toegevoegd. De buffer zit dan als het ware in het eigen potje.
Er kan in de flexibele premieregeling eenmalig gekozen worden voor een vaste (stabiele) uitkering in plaats van de variabele. Die zal ook door PGB zelf uitgevoerd worden
Voor zover wij nu weten betreft het klein deel van alle deelnemers voor wie dit geldt. Later dit jaar wordt definitief duidelijk om hoeveel deelnemers (waaronder gepensioneerden) het gaat. De VVG heeft zich er hard voor gemaakt dat pensioenfonds PGB ook de pensioenen voor deze personen blijft uitvoeren. En uiteraard zullen wij als VVG zeker ook de belangen voor deze groep blijven behartigen. Het zelfde geldt voor het VO.
Dat klopt in een aantal gevallen. Allereerst moet gekeken worden welke sociale partners de pensioenregeling vaststelden van waaruit de pensioenuitkering wordt betaald. Als het een verplichte bedrijfstakpensioenregeling betreft, die door de sociale partners in de bedrijfstak wordt vastgesteld, bestaan die nog steeds. In dat geval wordt er door die sociale partners een verzoek tot invaren gedaan. Iedereen die onder die regeling valt, gaat dan mee over naar de nieuwe regeling. Ook gepensioneerde medewerkers van ondernemingen die inmiddels niet meer bestaan.
Als het echter een zogenoemde vrijwillige aansluiting betreft van een individueel bedrijf waar de werkgever de regeling zelf (mogelijk in samenspraak met een personeelsvertegenwoordiging) vaststelde, ligt het anders. Als die er niet meer is (en ook geen opvolgend bedrijf of eigenaar), dan kan er geen verzoek tot invaren worden gedaan en kan er dus niet worden overgegaan naar de nieuwe regeling. Bij PGB gaat het hier om een beperkt aantal pensioenuitkeringen. Als dit voor u geldt, zal PGB u dit later dit jaar laten weten.
Voor gepensioneerden verandert er niet veel voor het recht op partnerpensioen. De afspraken die gemaakt zijn bij het ingaan van het pensioen over de hoogte van het nabestaanden pensioen, blijven ongewijzigd van kracht. Een partnerpensioen dat is of zal ingaan zal wel – evenals het ingegane ouderdomspensioen – meer afhankelijk worden van de beleggingsresultaten en sneller verhoogd dan wel verlaagd kunnen worden.
Nee, dat kan alleen op het moment dat iemand voor het eerst met pensioen gaat. Overigens is deze mogelijkheid voor nieuwe gepensioneerden herhaaldelijk uitgesteld en nog steeds niet ingegaan.
Dat zal eenmaal per jaar gaan gebeuren. Voorafgaand aan de wijziging zal PGB ons daarover informeren.
Voor gepensioneerden wijzigt er niets in de afspraken die gemaakt zijn over het partnerpensioen toen u met pensioen ging. Als u had afgesproken dat uw partner bij uw overlijden tijdens uw pensioen een partnerpensioen zou krijgen, dan is dat in de nieuwe situatie ook zo. Ook als u afwijkende afspraken heeft gemaakt bij uw pensionering (bijvoorbeeld geen partnerpensioen of een partnerpensioen dat even hoog is als uw eigen pensioen) blijven die afspraken gelden. Als u dergelijke afspraken maakt in de komende periode en die ingaan voor 1 januari 2027, dan blijven die afspraken ongewijzigd van kracht bij na het ingaan van het nieuwe pensioenstelsel.
Wel zal het partnerpensioen, net als uw eigen pensioen mee gaan bewegen met de markt en variabel worden als voor u de solidaire premieregeling geldt (met vangnet van de solidariteitsreserve). Als u in de flexibele regeling zit, wordt de eerdere keuze (variabel of vast/stabiel) gevolgd.
Nee, dat is niet het geval. Dit geld wordt gebruikt om de garantie op een uitkering gedurende het hele leven van gepensioneerden en hun partners waar te kunnen maken. Mochten u of uw partner langer leven dan verwacht en eigenlijk met een leeg potje zitten, dan blijft u daardoor ook pensioen ontvangen.
In principe kan het potje niet leegraken. Het potje wordt als iemand ouder wordt dan gemiddeld iedere keer weer gevuld voor de komende periode. Dit gebeurt vanuit de potjes die vrijvallen door overlijden van anderen. Als iedereen echter langer gaat leven dan verwacht, kan dat er wel toe leiden dat de pensioenen minder stijgen of verlaagd moeten worden.
De pensioenregeling zoals die bij PGB is ondergebracht is een arbeidsvoorwaarde. De sociale partners (werkgevers en werknemers) zijn verantwoordelijk voor het vaststellen van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen. De uitkering die wij als gepensioneerden krijgen, is het gevolg van de destijds afgesproken invulling van de arbeidsvoorwaarde ‘pensioen’. Die gaat nu wijzigen.
In de Wet toekomst pensioenen is nogmaals bevestigd dat de arbeidsvoorwaarde pensioen een verantwoordelijkheid is en blijft van sociale partners. Dat geldt dus ook voor de uitkeringen die daaruit voorvloeien, ook al is dat pas aan de orde nadat de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer is afgelopen. Daarom is het kiezen van de nieuwe regeling, het wel of niet invaren (waarbij de wet uitgaat van ‘invaren tenzij er bijzondere redenen zijn om dat niet te doen’) en afspraken die gemaakt worden bij de overgang van de oude naar de nieuwe regeling een verantwoordelijkheid van de sociale partners. Wel moeten gepensioneerden door de sociale partners via hun vereniging van gepensioneerden in de gelegenheid worden gesteld hun mening te geven over hun voornemens. Dat is het zogenoemde ‘hoorrecht’, waar de VVG zich uiteraard terdege mee bezig houdt.
In deze situatie blijft de huidige regeling gelden. De gepensioneerde houdt dan de huidige uitkering. Het eventueel verhogen van de pensioenuitkering (indexeren) of het verlagen ervan (korten) wordt op dezelfde strenge manier bepaald als in de achterliggende jaren. De kansen op verhoging van de pensioenen zijn onder die oude regels naar verwachting lager dan in de nieuwe regeling. PGB blijft de oude regeling wel zelf uitvoeren.
Invaren is het besluit om de nieuwe pensioenregels (Wtp) ook toe te passen op (de in het verleden) opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten. Dit zorgt voor het bij elkaar houden van het oude en nieuwe pensioen. Om te kunnen invaren, moeten de bestaande pensioenaanspraken en pensioenrechten omgerekend worden naar ‘persoonlijke pensioenvermogens’ in het nieuwe pensioenstelsel.
Binnen PGB is ervoor gekozen om de buffer, de zogenoemde solidariteitsreserve, onder meer in te zetten voor stabilisering van de pensioenuitkeringen. Daardoor is de kans op kortingen op uitkeringen door tegenvallende beleggingsresultaten een stuk kleiner of wordt de korting gedempt. Maar zeg nooit nooit.
Voor een pensioenfonds is het op dit moment niet mogelijk om zelf te kiezen voor ingroeien. In de wet staat dat er in principe moet worden ingevaren. Hiervan kan alleen onder bepaalde voorwaarden die in de wet zijn aangeduid worden afgeweken. Dat is bij PGB in de meeste gevallen niet aan de orde.
Het antwoord op die vraag is niet eenvoudig te geven. Dat hangt af van welke regeling en welke voorwaarden er in de oude situatie gelden. Duidelijk is dat de wetgever echt bedoeld heeft dat de nieuwe wet – voor zover mogelijk – voor iedereen gaat gelden. Daar kan alleen vanaf geweken worden als daar – ook volgens de intentie van de wet – geldige redenen voor zijn. Voor regelingen die bij PGB zijn ondergebracht, zal dat naar verwachting niet vaak echt het geval zijn.
Een van de grote nadelen van de oude wet – het verplicht zijn om grote buffers aan te houden en daardoor de kans op het verhogen van de pensioenen heel klein te maken – is een van de redenen geweest om een nieuw stelsel te ontwerpen. De verwachting is dat de kans op stijging van de pensioenuitkering groter wordt dan in de oude situatie. Er blijven immers geen grote buffers in het fonds die niet of veel later worden uitgekeerd. Daar staat dan wel tegenover dat de kans om de pensioenen op enig moment te moeten verlagen ook iets toeneemt. Dat geldt in beide regelingen die er in de nieuwe wet mogelijk zijn.
Alles afwegende zijn wij van mening dat het zoals het er nu uitziet – op uitzonderingen na – niet goed mogelijk lijkt om bij PGB in de oude regeling te blijven. Bovendien zal het voor ons als gepensioneerden ook zeker niet altijd beter zijn om dat te doen. Het Position Paper richt zich dan ook op ‘wel invaren’, maar ‘de wisseling van de hoogte van pensioenuitkeringen zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij wat gepensioneerden willen’.
Nee, bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel is het individueel bezwaarrecht wettelijk buiten werking gesteld.
Het streven is erop gericht, dat dit minimaal gelijk is aan de uitkering die u de maand daarvoor nog onder de oude regels kreeg. Het bestuur van PGB doet hier ook alles aan om dat te bereiken. Dit is echter sterk afhankelijk van de dekkingsgraad op het moment van de overgang. Garanties zijn daarom niet te geven. Het kan ook meer zijn of minder.