VO Journaal
Het verantwoordingsorgaan (VO) van PGB moet erop toezien dat het bestuur van PGB zijn werk goed doet voor álle betrokkenen. Jos van Rijsingen zit namens de VVG in het VO. In dit Journaal doet hij verslag van zijn werkzaamheden.
> Vragen of opmerkingen? Stuur een e-mail naar josvanrijsingen@vvgpgb.nl
Stilte voor de storm (6)
In de media buitelen de positieve berichten over elkaar heen. Gepensioneerden gaan er in januari fors op vooruit. Althans bij het pensioenfonds voor de zorg (PFZW), de bouw (bpfBouw) en de metaal (PMT). Voor hen duurt het nog drie maanden en dan stappen ze over op het nieuwe stelsel. Vanwege de hoge dekkingsgraad is er wat te verdelen, tot wel 20 procent aan toe, las ik in de kranten.
Bij PGB is het nog niet zover. Net als een aantal andere fondsen stappen wij een jaar later over. Althans, dat is de bedoeling, maar om die datum te halen moet er nog veel werk worden verzet. PGB zit in een extreem complexe situatie. Vanwege de vele sectoren en daarnaast nog honderden bedrijven met hun eigen maatwerkpensioen moeten al die verzoeken om in te varen (transitieplannen) afzonderlijk worden beoordeeld om vervolgens te worden gebundeld tot één samenvattend plan (invaarverzoek) dat voor goedkeuring moet worden voorgelegd aan De Nederlandsche Bank (DNB).
Als PGB op 1 januari aanstaande zou kunnen overstappen, zou er ook wat te verdelen zijn. De dekkingsgraad bedraagt namelijk (augustus 2025) 126,8 procent. Het is afwachten of dat over een jaar nog steeds de financiële stand van zaken is.
Voordat PGB zijn plan indient bij DNB moet het verantwoordingsorgaan advies uitbrengen. Mocht u de indruk hebben gekregen dat er weinig gebeurt – er zijn afgelopen jaar weinig VO Journaals verschenen – dan dat is slechts schijn, oftewel: dat is stilte voor de storm.
Het verantwoordingsorgaan bereidt zich intensief voor op de langverwachte adviesaanvraag. Ook de VVG-leden in het verantwoordingsorgaan zitten niet stil. Zo is er al overleg geweest met de andere vertegenwoordigers van de gepensioneerden (van CNV en FNV) hoe we gezamenlijk kunnen optrekken. De wetgever heeft namelijk bepaald dat bij het uitbrengen van een advies één geleding een afwijkend standpunt kan innemen. Dat moet dan door het bestuur en vervolgens de sociale partners op zichzelf worden getoetst en beoordeeld.
De gepensioneerden in het verantwoordingsorgaan zullen zich dus echt focussen op de vraag of de gepensioneerden fair behandeld worden.
Natuurlijk is het de inzet van het verantwoordingsorgaan om tot één gezamenlijk standpunt te komen. Als gepensioneerden weten wij ons gesteund door de expertise van de werkgroep Pensioenen & Hoorrecht van de VVG. Dat zorgt ervoor dat we maximale inbreng hebben in de discussie binnen het verantwoordingsorgaan en in de gesprekken als verantwoordingsorgaan met het bestuur. Want al hebben we de definitieve adviesaanvraag nog niet ontvangen, de bouwstenen worden al wel met ons gedeeld. Talrijke vragen en antwoorden worden momenteel met elkaar uitgewisseld. Als straks de adviesaanvraag op ons bordje belandt, kunnen we binnen drie à vier weken ons oordeel en advies klaar hebben.
Dat moment wordt door PGB, door de eerder beschreven complexe situatie noodgedwongen, steeds naar achteren geschoven. Ik hoop dat het dit jaar nog lukt, want dan kunnen we op of snel na 1 januari 2027 ook overstappen op het nieuwe pensioen. Hopelijk met dezelfde positieve uitdeling als de Zorg, de Bouw en de Metaal nu op 1 januari ten deel valt. We gaan de ontwikkeling van de dekkingsgraad bij PGB komend jaar nauwlettend volgen!
Publicatiedatum 3 oktober 2025
Van krantenjongen tot … De Nederlandsche Bank (5)
Het verantwoordingsorgaan koerst naar het einde van het jaar, een lang (want schrikkel-) maar ook druk jaar. Halverwege deze maand is daar dan ook nog het afscheid bijgekomen van Jochem Dijckmeester, de voorzitter die zijn baan verruilt voor een bij De Nederlandsche Bank. Een droomcarrière.
2024 was dus een druk jaar. Voor PGB, voor het VO en ook voor de Vereniging van Gepensioneerden. Het hoorrecht uitoefenen is geen peulenschil als er honderden transitieplannen beoordeeld moeten worden. PGB gaat al die plannen ook toetsen, waarna er voor het hele pensioenfonds één implementatieplan gemaakt gaat worden. In mei 2025 moet het verantwoordingsorgaan zich daarover buigen en een advies uitbrengen over het invaarbesluit. De voorbereidingen daarvoor zijn in volle gang. Uiterlijk 1 juli 2025 moet PGB dat plan indienen bij … De Nederlandsche Bank. Precies, de club waar Jochem Dijckmeester sinds medio november de scepter zwaait over de afdeling die toezicht houdt op àlle pensioenfondsen in Nederland. “Een ander pensioenfonds had me niet kunnen losweken bij PGB, maar dit was van een andere orde,” zei hij recent bij zijn afscheid van vele PGB-‘betrokkenen’.
Afstand houden
PGB zal overigens niet rechtstreeks voordeel hebben van de overstap van Dijckmeester, waarschuwde Han Noten, de voorzitter van de raad van toezicht bij het afscheid. “Hij moet natuurlijk afstand in acht nemen. Maar de sector als geheel heeft er wel belang bij dat er nu iemand zit die deze wereld snapt en van binnenuit kent.”
Omdat Dijckmeester negen jaar geleden door journalistenvakbond NVJ (hij was daar cao-onderhandelaar voor de dagbladjournalisten) was voorgedragen als bestuurslid bij PGB, kan met enig recht worden gesteld dat hij een mooie carrière heeft doorlopen. Van krantenjongen tot topman bij DNB! De ‘tussenperiode’ bij PGB duurde negen jaar. Eerst was hij enkele jaren de ‘jongste pensioenfondsbestuurder van Nederland’, halverwege werd hij voorzitter (nog steeds voorgedragen door de vakorganisatie NVJ/FNV) en vorig jaar veranderde dat in een voorzittersfunctie in een onafhankelijke positie. Dat betekent dat bij de keuze van een nieuwe voorzitter PGB nu niet meer afhankelijk is van de vraag of de vakorganisatie een kandidaat naar voren schuift die de kwaliteiten heeft ook voorzitter te worden. PGB kan nu breed rondkijken in de financiële wereld om de juiste topman of -vrouw te vinden.
Nieuwe voorzitter
Als de nieuwe voorzitter aantreedt – waarschijnlijk niet eerder dan eind 2025 – ligt PGB aardig op koers op weg naar het nieuwe pensioenstelsel per 1 januari 2027, de beoogde ingangsdatum bij PGB. Dat betekent dat zij/hij op dat gebied niks meer overhoop moet halen. De blik kan worden gericht op de periode daarna. Want PGB hoort nu bij de tien grootste pensioenfondsen van Nederland. Dat moet natuurlijk wel zo blijven.

Fotobijschrift: VVG en VO waren aanwezig bij het afscheid van Jochem Dijckmeester (midden). Links Tonnie Klein Hemmink (lid VO en bestuurslid VVG), rechts Bas Rietdijk (voorzitter VO en lid van de VVG). Foto Jos van Rijsingen
Publicatiedatum: 12 december 2024
Fris bloed in het verantwoordingsorgaan (4)
Het verantwoordingsorgaan van PGB telt 15 leden. Een paar jaar geleden waren dat er nog 18 maar na intern beraad concludeerden we dat het wel een tandje minder kon. De zetels moeten dan wel allemaal bezet zijn en bij voorkeur door mensen die duidelijk een achterban vertegenwoordigen. Lang lukte het de FNV niet haar vacatures te vullen, maar vorige periode kwamen ze in één keer met vier mensen over de brug. Ook niet ideaal want voor verversing is het beter dat een rooster van aftreden, dan wel herbenoeming, enigszins gedoseerd kan verlopen.
De bezetting van de zetels voor gepensioneerden (onder wie 3 voor de VVG) heeft nog nooit grote problemen opgeleverd. Als VVG waren we zelfs de eerste die een vrouw in het verantwoordingsorgaan wist te benoemen. Inmiddels zijn we weer met vijf grijze dan wel kale doffers en worden we op gebied van vrouwelijk en jong talent door de werkgevers ingehaald.
Werknemers
De werknemers hebben meer moeite geschikte kandidaten te vinden. Inmiddels hebben de FNV en NVJ (vakbond van journalisten) gezamenlijk drie zetels. Die van de NVJ wordt nog bezet door Wil Monsieurs, maar die heeft er de maximale drie termijnen opzitten. Hij vertrekt zodra de journalisten een nieuwe kandidaat uit hun gelederen weten te strikken. Daarnaast heeft het bestuur van PGB (na overleg met het verantwoordingsorgaan) besloten naast CNV en FNV/NVJ nog een vakbond een zetel te geven, namelijk de Unie. Dat is een minder politiek uitgesproken vakbond die vooral leden werft onder middengroepen en hoger personeel. In enkele sectorcommissies van PGB zitten ze al aan tafel. Het is nu dus wachten op hun kandidaat, liefst vrouw, jong en van kleur maar ik durf nu al te voorspellen dat hem dat niet gaat worden.
Qua gender en leeftijd maken de werkgevers nu een goeie stap. De werkgeversraad van PGB, waarin alle sectoren en vrijwillige werkgevers zijn vertegenwoordigd, heeft recent twee personen benoemd, namelijk Charissa Schutte (34) en Martine Bink(52). Laatstgenoemde is na een opleiding psychologie en een carrière in consultancy bij bedrijven als ING, ASR en Solane beland bij Wilco Boeken & Tijdschriften in een HR-functie. Na vertrek van Ruud de Bree uit het verantwoordingsorgaan is met haar de belangrijke grafimediahoek weer vertegenwoordigd. Charissa Schutte is van huis uit fiscalist. Ze heeft ook veel ervaring bij adviesbureaus, maar werkt nu bij Fugro, een beursgenoteerd bedrijf dat actief is in grondonderzoek. Bij Fugro houdt ze zich vooral bezig met het wereldwijde beloningsbeleid van het bedrijf. Ook een HR-functie dus. Fugro is een vrijwillige aansluiting, belangrijk voor het verantwoordingsorgaan om ook vanuit deze hoek inbreng te hebben. En nog een pluspunt: de Code Pensioenfondsen schrijft voor dat minimaal één lid vrouw moet zijn en één lid jonger dan 40 jaar. Dankzij de werkgevers voldoet het verantwoordingsorgaan nu in één klap aan de Code.

Implementatieplan
Nu nog twee benoemingen vanuit de hoek van de werknemers (een journalist en een van de Unie) en het verantwoordingsorgaan is weer compleet. Het is belangrijk dat we op sterkte zijn, want we staan in de eerste helft van 2025 voor een belangrijke opgave. Nog dít jaar moeten alle sectoren met verplichte regelingen en alle vrijwillig aangesloten bedrijven bij PGB een transitieplan indienen om per 1 januari 2027 te kunnen invaren in het nieuwe stelsel. Al deze plannen (circa 400) worden door PGB gebundeld tot één groot plan: het implementatieplan. Dat wordt in april volgend jaar in de vorm van een adviesaanvraag voorgelegd aan het verantwoordingsorgaan. Uiterlijk half mei moet dat advies er liggen. Dan kijkt de raad van toezicht er nog naar en vervolgens moet het bestuur een definitief besluit nemen over het implementatieplan.
Waar staat onze Vereniging van Gepensioneerden in dit hele traject, er is toch nog zoiets als een hoorrecht? Dat klopt. Sociale partners moeten de gepensioneerden ‘horen’ voordat ze hun transitieplan bij PGB indienen. Nu dus. In deze periode. Voor de werkgroep Pensioenen & Hoorrecht zijn het nu drukke tijden. Ter geruststelling. We zien tot nu toe geen gekke dingen. Dat komt ook doordat PGB kaders heeft gesteld waarbinnen iedereen zijn keuzes moet bepalen. En die kaders zijn uitgebreid besproken met de werkgroep. Als partijen binnen die kaders blijven, kan het bijna niet misgaan.
Voortraject
Dat zal dan, maar dat is een persoonlijke inschatting, waarschijnlijk ook gelden voor ons adviestraject volgend jaar. Als de transitieplannen zijn ingevuld binnen de kaders van PGB, moet het gek lopen als het verantwoordingsorgaan en/of raad van toezicht volgend jaar plotseling op de rem trappen. De soepele voortgang is met name te danken aan het bestuur van PGB dat in het hele voortraject veelvuldig overleg heeft gevoerd met het verantwoordingsorgaan, de werkgroep pensioenen & hoorrecht van de VVG, sectorcommissies, werkgeversraad en de raad van toezicht.
Nu is het afwachten of de politiek nog roet in het eten gooit. Dat zou dan vanuit de Kamer moeten komen. Op dit moment wijst niks daarop. Voortzetting van vroegpensioen voor zware beroepen leek afgelopen tijd alle energie op te slokken. En de strijd tegen fatbikes natuurlijk. Maar over een paar maanden begint gewoon het gekrakeel weer over het afsteken van vuurwerk.
Publicatiedatum: 19 september 2024
Als DNB het wil staat alles stil! (3)
Wij senioren kennen het verhaal van Sam en Moos nog wel die naar Parijs zouden gaan. Ze gingen namelijk niet. Zo’n gevoel had ik een paar weken geleden toen wij in het verantwoordingsorgaan door het bestuur werden bijgepraat over het Transitie FTK, ten behoeve waarvan wij advies over het bijbehorende overbruggingsplan moesten uitbrengen. Wat wij ook keurig binnen de krappe tijdslimiet hebben gedaan. Het Transitie FTK is een set financiële regels die geldt om een soepele overgang naar het nieuwe pensioenstelsel mogelijk te maken (met ook de mogelijkheid eerder te indexeren in de overgangsjaren). En raad eens wat wij te horen kregen. PGB gaat toch geen gebruik maken van het Transitie FTK. Het mag niet van de Nederlandsche Bank… Dus ons advies kan ook in de prullenbak.
Invaarverzoek
En we weten het, als DNB (nog met de ouderwetse SCH in de naam) het wil, staat alles stil. Althans op pensioengebied. Reden voor de blokkade? Een pensioenfonds mag alleen gebruik maken van het Transitie FTK als álle deelnemers overgaan naar het nieuwe stelsel. En dat is bij PGB niet het geval. Er zijn zo’n 5.000 slapers en gepensioneerden (1 procent van het totaal aantal deelnemers!) bij wie geen werkgever (of rechtsopvolger) meer aanwezig is om voor hen bij PGB het verzoek te doen om in te varen. Zelf mogen ze dat invaarverzoek niet doen volgens de nieuwe wet. Deze groep zou dan afgesplitst moeten worden en dat acht PGB op dit moment niet haalbaar. Daarom wordt géén verzoek gedaan gebruik te maken van het Transitie FTK en moet het hele fonds op zijn handen blijven zitten.
Nou is dat laatste enigszins zwartgallig geformuleerd. PGB gaat namelijk – zonder Transitie FTK – wél door en gaat ervan uit dat de overige 99 procent van het deelnemersbestand op 1 januari 2027 wél wil invaren. De achterblijvers blijven ook gewoon bij PGB, maar zij vormen een aparte groep voor wie de oude wettelijke regels blijven gelden. Dat is dan wel mogelijk bij PGB. Hun pensioen blijft even zeker, maar wel met minder kans op pensioenverhogingen in de toekomst.
Indexatiemogelijkheden
Welke nadelen hebben wij als gepensioneerden ten gevolge van de opstelling van DNB? Het belangrijkste is dat in 2025 en 2026 de indexatiemogelijkheden beperkter zijn. Dat is vooral nadelig als er plotseling hoge inflatie optreedt. Bij lage inflatie zijn de verschillen niet zo groot. Gelukkig zijn de inflatieverwachtingen op dit moment beperkt, dus dat kan meevallen. En het risico dat er gekort moet worden, is kleiner. Dat is een voordeel. Als er door de nieuwe situatie minder geïndexeerd wordt, blijft er meer over om ‘uit te delen’ bij het invaren. Dat is weer positief.
Direct uitdelen
Ook positief is dat PGB heeft gekozen voor een uitdelingstermijn van één jaar. Wat betekent dat nou weer? Alvorens er bij het invaren ‘uitgedeeld’ gaat worden, moeten eerst de operationele reserve en de solidariteitsreserve (die in de toekomst negatieve schokken moet dempen) worden gevuld. Bij elkaar kost dat 6 procent aan vermogen. Alles boven de 106 procent kan worden uitgedeeld. Het pensioenfonds mag zelf kiezen of het alles in één keer uitdeelt of dat het daar langer (tot maximaal 10 jaar) over doet. En PGB deelt dus alles in één keer uit. Dat is gunstig voor gepensioneerden omdat die, naar alle waarschijnlijkheid, minder lang te leven hebben en al overleden kunnen zijn voordat een lange uitdeeltermijn verstreken is. Zo cynisch kan het zijn.
Als vertegenwoordiger van gepensioneerden in het verantwoordingsorgaan kan ik het met deze aanpak van PGB wel eens zijn.
Andere groepen
Het bestuur van het pensioenfonds heeft besloten nog enkele andere groepen tegemoet te komen bij de start van het nieuwe pensioen. Voor de ‘jongeren’ zal nog risicovoller belegd worden, met een aflopende graad van risico tot 40 jaar. Dit om de kans op een beter pensioen te vergroten. Volgens de wet moet er dan een vangnet zijn voor als hun potje in het rood komt te staan. Dat beperkte risico gaat PGB ondervangen met de solidariteitsreserve. Die is er dan niet alleen meer om de uitkering voor gepensioneerden te stutten, maar ook om de risico’s voor de jongeren af te dekken. We zullen het nog eens precies bekijken, maar het lijkt erop dat die solidariteitsreserve daarvoor voldoende robuust is.
De ‘jongeren’ en de gepensioneerden komen op deze manier behoorlijk aan hun trekken. Om voor de leeftijdsgroepen daartussen (40 – 67 jaar) ook wat te doen, heeft PGB nog iets bedacht. Als het noodzakelijk vermogen (dekkingsgraad) bij invaren meer dan 106% is, gaan zij ook meedelen. Volgens de oude staffel zou van elke procent boven de 106 een kwart gebruikt worden om de solidariteitsreserve verder te vullen en driekwart om uit te delen onder alle pensioendeelnemers. Het bestuur heeft nu besloten dat dat kwart niet gebruikt wordt voor de solidariteitsreserve maar voor een extra uitkering aan de leeftijdsgroep 40 – 67, zowel actieve deelnemers als slapers. Die extra uitkering loopt door tot de dekkingsgraad van 114 procent. Daarna wordt alles weer gelijkelijk verdeeld over alle groepen deelnemers.
Faire behandeling
Bij een mooie invaardekkingsgraad van 114 procent of meer wordt dus 2 procent van het vermogen gebruikt voor die extra uitkering. Het bestuur denkt dat deze aanpak past bij de plicht om te zorgen voor evenwichtige belangenafweging, wat ik in slecht maar begrijpelijker Nederlands ook wel ‘faire behandeling’ van alle groepen noem.
En die solidariteitsreserve? Die wordt in de jaren na het invaren gevuld tot maximaal 5 procent als er sprake is van overrendement.
We laten het als verantwoordingsorgaan nog even op ons inwerken. We krijgen nog gedetailleerde berekeningen, maar we denken dat het bestuur op de goede weg is om iedereen ‘fair’ te behandelen. En dat dus niet dankzij maar ondanks De Nederlandsche Bank.
Publicatiedatum: 4 juni 2024
Premiehoogte blijft nog wel een dingetje (2)
Het verantwoordingsorgaan heeft genoeg om handen. In het voorjaar moeten we een oordeel geven over het door het bestuur van PGB in 2023 gevoerde beleid. Dat komt in het officiële jaarverslag van PGB. U kunt dat binnenkort zelf lezen, als u geïnteresseerd bent. Het is nog een heel werkstuk geworden. Met de nodige zorgen over de ICT-implementatie, de stijgende kosten per deelnemer en nog wat van die hete hangijzers.
Overbruggingsplan
Binnenkort moeten we ook advies uitbrengen over een overbruggingsplan. Het bestuur heeft eerder deze maand besloten dat men gebruik wil maken van wat officieel heet ‘Het Transitie FTK’. Dat is een set financiële regels die geldt om een soepele overgang naar het nieuwe pensioenstelsel mogelijk te maken. Het definitieve besluit kan het bestuur pas nemen als wij advies hebben uitgebracht. Dat moet de eerste helft van mei gebeuren. Onder de nieuwe tijdelijke overgangsregels kan er eerder geïndexeerd worden (gunstig voor ons gepensioneerden). Maar als het financieel tegen zit, moet er ook eerder gekort worden (minder gunstig voor ons). Al met al zou dit volgens de berekeningen komende jaren toch een groter koopkrachtplusje opleveren voor de gepensioneerden. Tegelijkertijd wil het bestuur er ook naar toewerken dat in 2027 voldoende vermogen op de plank ligt om het ’invaren’ (omzetten van uw pensioentoezegging in een eigen potje) soepel te laten verlopen. Bij ons advies zullen we in de gaten houden of alle partijen binnen PGB (zeker de gepensioneerden, maar ook actieven, slapers, en werkgevers) fair behandeld worden.
Betrekkelijk hoge premie
Later dit jaar – eind september of in oktober – moeten we ook een advies uitbrengen over de hoogte van de premie, de maandelijks inleg die werkgevers en werknemers vanaf 2025 moeten opbrengen om de pensioenen op te bouwen. U zult denken ‘daar heb ik als gepensioneerde gelukkig niks meer mee te maken’, maar dat klopt niet (helemaal). Als PGB een te lage premie hanteert, gaat dat ten koste van de dekkingsgraad en een lagere dekkingsgraad beperkt de mogelijkheden van indexatie! PGB hanteert een betrekkelijk hoge premie van 28 procent voor de opbouw van het pensioen in de standaardregeling. Werkgevers en werknemers brengen die premie gezamenlijk op, als de werknemer geluk heeft de werkgever wat meer dan de werknemer.
Rekenrente loopt lekker op
PGB heeft afgelopen jaren te weinig premie gevraagd in relatie tot die dekkingsgraad. Dat kwam vooral door de lage rente waar PGB verplicht mee moest rekenen. Het verantwoordingsorgaan had daar begrip voor en gaf positieve adviezen af, ook al omdat PGB als beleid heeft dat ‘slechte’ jaren gecompenseerd worden door ‘goede’ jaren. Die goede jaren zijn vorig jaar aangebroken want toen liep de rekenrente lekker op. Vanaf dat moment wordt met 28 procent dus een hogere premie geheven dan nodig is om op dekkingsgraadniveau in te kopen. Dat heeft een positief effect op de dekkingsgraad en dat horen de gepensioneerden graag. Sommige werkgevers daarentegen vinden dat het nu wel een onsje minder kan.
Verwachting uitgesproken
Besluit (en ons advies) over de hoogte van de premie die in 2025 wordt gehanteerd, valt pas in het najaar. Maar omdat werkgevers eerder willen weten waar ze rekening mee moeten houden, heeft het bestuur eind maart zijn verwachting uitgesproken over de premiehoogte in 2025. En die blijft gehandhaafd op 28 procent. Advies hoeft het verantwoordingsorgaan nu nog niet te geven. De uitgesproken ‘verwachting’ is wel aan de orde geweest in een vergadering van het verantwoordingsorgaan met het bestuur. En inderdaad, een werkgeversvertegenwoordiger sprak zijn zorgen uit over het handhaven van de 28 procent. Ondergetekende zei namens de gepensioneerden dat zij dit premieniveau verstandig vinden, het stut de dekkingsgraad. De vele magere jaren zijn bovendien nog niet gecompenseerd door die paar vette jaren. Ook voor de werknemers zit er een positieve kant aan het verhaal. Met een hogere premie is het makkelijker om in het nieuwe pensioenstelsel een goede pensioenopbouw te realiseren.
Bandbreedte aanhouden
Als we eenmaal zijn overgestapt op het nieuwe pensioenstelsel vervalt deze jaarlijkse discussie over de premie grotendeels. Het begrip pensioentoezegging (pensioenbelofte) vervalt en dan hoeft ook niet meer uitgerekend te worden of er voldoende in de pot zit (met bijbehorende dekkingsgraad) om die toezeggingen waar te maken. De premie wordt in het eigen potje gestopt en dat is het dan. Na aftrek van kosten die PGB maakt en het beleggingsrendement (plus of min) van dat jaar dat aan zijn of haar leeftijdsgroep wordt toebedeeld, weet de deelnemer wat er voor hem of haar in zit. Tot wat voor pensioen dat op lange termijn gaat leiden, blijft alsnog de vraag. Dat kan meevallen, maar ook tegenvallen. Het lijkt mij daarom verstandig dat iemand bij het uitstippelen van zijn of haar financiële toekomst een behoorlijke bandbreedte aanhoudt.
Publicatiedatum: 29 april 2024
Slogan wordt: ‘HET NIEUWE PENSIOEN BIJ PGB’ (1)
De eerste vergadering van het VO in 2024 stond – hoe kan het anders – in het teken van het nieuwe pensioenstelsel. In vakjargon de Wtp oftewel de Wet toekomst pensioenen. Een hopeloze term en daarom begint PGB het nieuwe jaar met een nieuwe slogan (en met nieuwe logo’s). Niks Wtp, geen nietszeggende afkortingen maar gewoon: ‘Het nieuwe pensioen bij PGB’. U zult dit komende tijd op meer plekken tegenkomen.
PGB gaat er, net als bijna alle andere pensioenfondsen, vanuit dat het nieuwe stelsel gewoon wordt ingevoerd, ondanks dat een aantal partijen dat nu aan het onderhandelen is over een nieuw kabinet er helemaal vanaf wil óf vindt dat het in ieder geval ingrijpend anders moet worden aangepakt. ‘Over mijn lijk,’ zei demissionair minister Carola Schouten in de nieuwe Tweede Kamer. In meer parlementaire taal: “Als u denkt mij per motie opdracht te kunnen geven om het anders te doen: die motie ga ik niet uitvoeren.” Ze vindt dat er een zorgvuldig en ordentelijk parlementaire behandeling heeft plaats gehad. De wet is van kracht.
Kiezen voor 1 oktober
Inmiddels dendert de trein voort en is het maar helemaal de vraag of invoering van ‘het nieuwe pensioen’ nog kan worden gestopt. Rond 1 oktober dit jaar moeten de sociale partners bij PGB hebben bepaald voor welke regeling (flexibel of solidair) ze kiezen. Bij ons pensioenfonds is dat niet één keuze, maar dat zijn er meer dan 300. Voor zoveel bedrijven en bedrijfstakken worden regelingen in de lucht gehouden.
Als PGB tot de overgang op 1 januari 2027 gebruik wil maken van een financieel overgangsregime (onder meer van belang voor een soepeler indexatiebeleid tot die datum) dan moet er uiterlijk eind juni en vervolgens elk jaar een overbruggingsplan worden ingediend bij De Nederlandsche Bank. En daarover moet het verantwoordingsorgaan elk jaar advies uitbrengen. De eerste keer (mei dit jaar) is dat de grootste kluif, daarna is het een kwestie van updaten.
Invaardekkingsgraad
In dit plan moet PGB onderbouwen dat op 1 januari 2027 daadwerkelijk de stap wordt gezet om in te varen. Dat zal bij ons fonds nooit voor alle partijen gelden, maar dan toch wel voor de meeste. Verder moet PGB berekenen welke ‘invaardekkingsgraad’ nodig is, dus bovenop de standaard 100 procent. Er zal een procent of 3 nodig zijn om bedrijfsrisico’s af te dekken, voor de solidariteitsreserve zullen bij de start ook enkele procenten op de plank moeten liggen. Samen is dat al gauw 106 procent. Om ook nog enigszins bestand te zijn tegen negatieve beurs- en renteontwikkelingen lijkt een invaardekkingsgraad van 110 procent een reële verwachting. Maar dat moet dus in dat overbruggingsplan worden becijferd en beargumenteerd.
Indexeren
Deze exercitie is ook van belang om te kunnen bepalen welke ruimte er kan worden gebruikt om in de jaren tot 2027 te indexeren. Verder heeft de hoogte van pensioenpremies voor degenen die pensioen opbouwen (de werknemers) invloed op de financiële positie van ons pensioenfonds. Al deze belangen van groepen en generaties moet het bestuur van het pensioenfonds op een evenwichtige (lees: faire) manier wegen. En het verantwoordingsorgaan moet in zijn advies zeggen of dat is gelukt. De vertegenwoordigers van de VVG letten er speciaal op dat aan de gepensioneerden recht wordt gedaan, dat ze krijgen wat hen toekomt. Uiteraard zonder dat dit tot een voorkeursbehandeling leidt.
Publicatiedatum: 24 januari 2024